Waarom je oude videobanden nú moet laten digitaliseren
Die doos met videobandjes op zolder lijkt veilig. Toch tikt de klok: elk jaar dat u wacht, gaat er een stukje beeld en geluid verloren dat u nooit meer terugkrijgt. Hier leest u waarom digitaliseren geen "ooit nog eens"-klus is, maar iets voor nu.
1. Een videoband gaat maar 35 tot 40 jaar mee
De magnetische laag op een Video8- of Hi8-band laat na verloop van tijd los van de drager. Dit heet demagnetisatie en het proces is niet te stoppen. Banden uit de jaren '90 en begin 2000 — precies de periode dat de meeste gezinsopnames zijn gemaakt — zitten nu in de gevarenzone. Het beeld wordt korreliger, kleuren verschieten en uiteindelijk valt het beeld helemaal weg.
2. Elke afspeelbeurt kost kwaliteit
Een videoband slijt elke keer dat hij door een speler loopt. Wilt u de beelden dus zelf nog eens bekijken, dan tast u ze onbedoeld aan. Digitaliseren doet u maar één keer: daarna kunt u eindeloos kijken zonder dat de kwaliteit achteruitgaat.
3. De spelers verdwijnen
Werkende Video8- en Hi8-camera's worden zeldzaam. Onderdelen zijn nauwelijks nog te krijgen en reparatie is duur. Straks heeft u de bandjes nog wél, maar niets meer om ze op af te spelen. Nu digitaliseren betekent dat u niet afhankelijk blijft van kwetsbare, oude apparatuur.
4. Schimmel en plakband-effect
Banden die vochtig of warm hebben gelegen, kunnen gaan schimmelen of "plakkerig" worden (sticky-shedding). In een vroeg stadium is daar vaak nog wat aan te doen; hoe langer u wacht, hoe kleiner de kans dat een band nog te redden is.
Wat u eraan heeft na het digitaliseren
Uw beelden komen als modern MP4-bestand terug. Dat kunt u op de televisie, tablet of telefoon bekijken, veilig back-uppen in de cloud en met één appje delen met kinderen en kleinkinderen. Uw herinneringen zijn dan voorgoed veiliggesteld — én weer makkelijk terug te vinden.